Als hij om zich heen kijkt, ziet Frans  allerlei beelden. Hij ziet  bewegingen in de natuur: stromend water, stuivend zand, buigende halmen, wuivende takken. Ook bewegende mensen, verkeersstromen. In al die bewegingen herkent hij abstracte patronen. Bij de bewegingen gaat het dan vooral om de grote lijnen.

 

Hij ziet ook huizen, duinen en rotsformaties, enorme keien en kleine stenen. Gevormd door natuurkrachten, eeuwen van erosie, of vormgegeven door mensen. En ook tekens van taal. In deze niet bewegende objecten ziet hij abstracte structuren, waarbij hij oog heeft voor de details.

 

Dit alles inspireert Frans. Hij zoekt bewust naar patronen en structuren waar hij ook is, dicht bij huis, in de duinen aan de kust, in het binnenland van Spanje of de Spaanse noordkust, en soms ook nog verder van huis, in de USA, Japan of Taiwan.

 

Zijn werk is dan ook meestal abstract. In allerlei technieken verbeeldt hij wat hij ziet. Hij maakt schetsen op de iPad, tekeningen op papier. Hij maakt vooral ook grafiek – litho’s, houtsneden en etsen – en schildert met olieverf. Intuïtief combineert hij grote lijnen en details, uit herinnering en uit foto’s die hij genomen heeft. En soms verwerkt hij er Chinese tekens in, of Japanse Katakana, het fonetisch schrift dat in het Japans gebruikt wordt voor leenwoorden uit Europese talen. Geïnspireerd door die taaltekens is hij ook een eigen beeldtaal gaan maken, tekens die elk een eigen verhaal vertellen.